Blauwe Vlaamse Reuzen

Koning der konijnen met een zeldzaam mooie kleur!

Kleurslagen Vlaamse Reus

Hieronder staan de erkende kleurslagen van de Vlaamse Reus:

ram_9DX-403_01

Blauw:

De blauwe kleur is egaal blauw. Als we eerst maar eens een goede "schone" kleur hebben, zonder inmenging van anders gekleurde haren en geen pigmentverlies in de haartoppen, was dat al meegenomen. De donkerste blauwen gaan natuurlijk altijd voor, als de lichaamsbouw natuurlijk de zaak niet op ‘t verkeerde been zet. Eenkleurigen vallen nog wel eens uit blauwgrauw, maar op latere leeftijd tonen ze vaak schimmel aan de achterbenen en in oorranden. De oogkleur is blauw en de nagels donker hoornkleurig. De snorharen zijn blauw. De tussenkleur volgt de dekkleur zo ver mogelijk, hoe verder de blauwe kleur zich naar de haarwortel uitstrekt des te beter het is. De grondkleur is van een iets lichtere nuance.

Zwart:

De zwarte is intens zwart met een donkerblauwe grondkleur op alle lichaamsdelen. De tussenkleur is donkerblauw, ook de buik is blauw bij inblazen. Een zwarte kleur toont glans. De pels mag niet lang zijn. Lange pelzen laten bij donkere kleurslagen vaak een slechte grondkleur zien (erg licht). Zwarte dieren, die uit IJzergrauw vallen zijn waardeloos voor de fok, maar ook voor de tentoonstelling. Schimmel en grijze aanslag zal men regelmatig tegenkomen. Koop nooit dergelijke dieren, men beleeft er geen plezier aan. De oogkleur is donkerbruin. De nagelkleur donker hoornkleurig. De snorharen zijn zwart.

zwarte_kl_1

Geel:

De kleur van de gele reus is van neuspunt tot staarteinde egaal.
Het wildkleurpatroon als zijnde de witte buik, binnenzijde voor- en achterbenen, onderzijde kop en staart zijn wit van kleur. Zo ook de oogringen. De gele kleur is vrij van ticking, de oorranden mogen geen zwarte omzoming tonen. De snorharen zijn geel. De oogkleur is bruin. De nagels zijn hoornkleurig. De buikkleur is wit. Het streven is zuiver geel met een witte buik. De tussenkleur volgt de dekkleur zo ver mogelijk. Hoe dieper zich het geel naar de haarwortel uitstrekt des te beter is het.

geel
haaskleur

Haaskleur:

Het haaskleurig konijn is een zuiver Nederlands fokproduct. De kleur heeft enige overeenkomst met die van een haas doch is veel roder. Gestreefd moet worden naar veel en krachtig rood in de pelskleur. De dekkleur wordt gevormd door de rossige bovenharen die zwart getopt zijn (ticking) Deze ticking moet fraai regelmatig zijn, niet te zwaar, vlokkerig of golvend. Op de borst en in de flanken komt minder ticking voor. De benen zijn vosrood van kleur zonder ticking en vrij van donkere en/of lichte nuancering. De triangel is sterk roodbruin van kleur. De oren zijn rood met een zwarte omzoming. Dezelfde lichaamsdelen, die bij konijngrijs wit zijn, zijn bij haaskleur roomkleurig, en bij sterk roodgekleurde dieren nog intensiever. De grondkleur is blauw, behalve op de buik, waar het wit zich tot op de huid uitstrekt. De huid mag iets blauw zijn, dit geldt als een lichte fout. Alleen in de liesstreek ziet men een zwakke blauwe grondkleur. De snorharen zijn zwart en de nagels zijn donkerhoornkleurig. De oogkleur is bruin.

IJzergrauw:

IJzergrauw is een mooie kleurslag. Het is een kleurslag, die vererft met een tussenvorm. IJzergrauw x IJzergrauw geeft 50% ijzergrauw, 25 % konijngrijs en 25% dominant zwart, overheersend of staalgrauw, vroeger erkend nu niet meer. Bandtekening + witte gedeelten zijn weg. Volledig dominant is de ijzergrauwe kleur niet, dit komt door de intermediaire vererving. Bij paring onderling geeft hij toch konijngrijs weer. Met zijn lichtgrijze dekharen die zwart getopt zijn en met de pelslengte, die niet te lang mag zijn, heeft hij een mooie korte zwarte haarpunt, en is de dekkleur een van de mooiste die er is. De grondkleur is donkerblauw tot aan de basis, die geen pigmentverlies mag tonen. De tussenkleur is een vage, zeer donkere kleurring die donkerbruin is op het zwarte af. De buik moet zo mogelijk in overeenstemming zijn met de dekkleur. De grondkleur buik is blauw, hoe donkerder hoe beter.
Kop, oren, benen en borst zo mogelijk in overeenstemming met de dekkleur. De bovenzijde staart is gemêleerd, de onderzijde blauw. De ogen zijn donkerbruin en de nagels donker hoornkleurig. IJzergrauw is gebonden aan een dichte korte pels.
Dieren met lange slappe pelzen zijn geen goede ijzergrauwen, deze dieren hebben ook altijd een slechte tussen- en grondkleur.

ijzergrauw01
wit

Wit:

Fokkers van wit kunnen goed ijzergrauw in hun stam gebruiken.
Als men een goede ijzergrauwe (kleurzuiver) paart aan wit, verkrijgt men in de eerste generatie gekleurde dieren. Terugparen naar wit is de juiste methode. Men krijgt de pelzen korter en dichter. Bij terugparing naar wit in de tweede generatie zullen zich de witte weer melden. Zeer zeker zullen deze pelzen van goede kwaliteit zijn. Bij de witte is een lange slappe pels uit den boze. De kleur moet hagelwit zijn zonder klitten. Denk bij wit aan de oogkleur, kijk ze goed na vaak komt men nog staar en glasogen tegen. De nagels zijn kleurloos.

Bron: Nationale Vlaamse Reuzen Club. www.vlaamsereuzenclub.nl